Ontbinding van arbeidsovereenkomst wegens regelmatig ziekteverzuim?


Uitgavejaar: 2021
Uitgavenummer: 437
Vindplaats: Kantonrechter ’s-Gravenhage 3 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:9772

Uitspraak

De kantonrechter wees een verzoek van een werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens regelmatig ziekteverzuim af, omdat niet aangetoond was dat dat ziekteverzuim onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever had. De kantonrechter was van mening dat de mogelijkheden van de werkgever om de gevolgen van het ziekteverzuim op te vangen op concernniveau moeten worden beoordeeld.

Een autodealer die onderdeel uitmaakt van een beursgenoteerd concern heeft een automonteur in dienst die regelmatig uitvalt wegens ziekte. In 2017 gebeurde dat vier maal (104 uur), in 2018 acht maal (173 uur), om 2019 23 maal (468 uur) en de eerste helft van 2020 dertien maal (400 uur). In een door de werkgever aangevraagd deskundigenoordeel heeft het UWV aangegeven dat sprake is van veelvuldig ziekteverzuim en dat deze situatie naar verwachting langer dan zes maanden zal voortduren. De werkgever vraagt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden vanwege dit regelmatige ziekteverzuim. In de vestiging waar de werknemer werkzaam is werken op de werkplaats twee meewerkende voormannen, vijf eerste autotechnici (waaronder de werknemer) en één autotechnicus. De werkgever stelt dat voor de vervanging van de werknemer bij ziekte steeds een zzp’er moet worden ingehuurd, maar dat die dan pas beschikbaar is vanaf de dag na de dag van de ziekmelding, zodat de werkgever steeds een dag omzet misloopt (€ 560), terwijl aan klanten die hun auto pas later kunnen komen ophalen een vervangende auto moet worden aangeboden (€ 50 per dag). Uitgaande van 20 werkdagen per maand zou het financiële nadeel € 12.000 per maand bedragen. Daarnaast zou het ziekteverzuim van de werknemer zorgen voor ontevreden klanten wegens het uitlopen van reparaties en tot het overbelast raken van collega’s.
De kantonrechter stelt voorop dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer wegens regelmatig ziekteverzuim mogelijk is als (1) dat ziekteverzuim leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering, (2) het regelmatige ziekteverzuim niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden en (3) aannemelijk is dat binnen 26 weken geen herstel zal optreden.
Dat sprake is van regelmatig ziekteverzuim is volgens de kantonrechter voldoende onderbouwd. Dat dit ziekteverzuim leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering is volgens de kantonrechter echter onvoldoende onderbouwd. Tegenover het verweer van de werknemer dat zijn werk bij ziekmelding wordt overgenomen door de overige collega’s en dat dus geen vertraging wordt opgelopen, heeft de werkgever zijn stellingen niet nader onderbouwd. De stellingen dat de achteruitlopende klanttevredenheid het gevolg is van het ziekteverzuim van de werknemer en dat de collega’s overbelast raken, missen volgens de kantonrechter zelfs elke onderbouwing. De kantonrechter kan ook de berekening van de schade van € 12.000 per maand niet volgen en mist een onderbouwing aan de hand van financiële stukken. Ook is volgens de kantonrechter onduidelijk waarom het nadeel dat op de eerste ziektedag wordt opgelopen niet in de dagen daarna kan worden ingelopen. Van onaanvaardbare gevolgen is bovendien geen sprake omdat de werkgever kan zorgen voor een opvang van de gevolgen van het ziekteverzuim vanuit andere onderdelen van de onderneming. Het verweer dat monteurs niet zo maar reparaties kunnen doen aan een auto van een ander merk en dat uitwisseling van monteurs ook geografisch niet mogelijk is, overtuigen de kantonrechter daarbij niet.
Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt daarom afgewezen.


Commentaar

Verzoeken tot ontbinding van een arbeidsovereenkomst wegens regelmatig ziekteverzuim komen in de praktijk maar sporadisch voor. Dat heeft te maken met het feit dat niet snel wordt aangenomen dat het ziekteverzuim leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering. Bij deze onaanvaardbare gevolgen wordt vooral gedacht aan heel kleine ondernemingen. Dat de kantonrechter het verzoek afwijst omdat een onderneming die behoort tot een beursgenoteerd concern de gevolgen van het ziekteverzuim binnen dat concern moet kunnen opvangen, is daarom niet verrassend. Maar de kantonrechter is daarbij wel erg streng met de voorwaarden die worden gesteld aan het bewijs door de werkgever. Dat het regelmatige ziekteverzuim van de werknemer leidt tot uitlopen van reparaties en daardoor minder tevreden klanten en tot extra belasting (en op den duur overbelasting) van collega’s lijkt zo evident dat daarvan nader bewijs niet nodig is. Ook lijkt duidelijk dat de uitgelopen reparaties niet zo maar in de dagen daarna kunnen worden ingelopen. Dan staan immers weer andere reparaties gepland. Verder lijkt de berekening van de financiële schade te berusten op een vergissing: niet € 12.000 per maand maar € 12.000 per jaar (20 dagen x € 560 omzetverlies per dag en € 50 per dag voor een vervangende auto). Het had in elk geval voor de hand gelegen om daarover tijdens de zitting opheldering te vragen. En welke financiële cijfers als onderbouwing van deze berekening zouden kunnen fungeren is eveneens onduidelijk.